· Schriftlezingen: Exodus 6: 6 – 12 en 6: 28 – 7: 13 en 2 Korintiërs 12: 8 – 10
· Kerntekst: “Toen de HEER zich in Egypte tot Mozes richtte, zei hij: ’Ik ben de HEER. Alles wat ik tegen je zeg, moet je overbrengen aan de farao, de koning van Egypte.’ Mozes antwoordde: ‘Ik kom zo moeilijk uit mijn woorden, de farao zal niet naar me luisteren.” Exodus 6: 28 – 30
· Thema: ‘Ik ben niet zo’n spreker…’
· Er kunnen in ons bestaan soms situaties zijn, waar je het liefst voor zou willen weglopen. Je voelt je steeds kleiner worden, steeds verder wegzinken. Je verzint een uitvlucht: “Ik ben niet zo’n spreker!”
· Ook Mozes komt in de tekst in een situatie dat hij zich niet opgewassen weet tegen de taak die hem wacht. Hij krijgt de opdracht van God om naar de farao te gaan en daar te zeggen dat de farao het volk Israël moet laten vertrekken. Het is niet de eerste keer dat Mozes wordt geroepen door God. Eerder lezen we dat Mozes de Here God ontmoet heeft bij de brandende doornstruik. Vervolgens neemt Mozes het initiatief door op weg te gaan, samen met zijn vrouw en kinderen. Dan komt er het vreemde verhaal dat God Mozes op zijn weg tegemoet komt en hem zoekt te doden. De vrouw van Mozes, Sippora, neemt snel een scherpe steen en besnijdt de oudste zoon van Mozes en Sippora. Kennelijk was Mozes in zijn woestijntijd zo losgeraakt van zijn wortels dat hij zijn zoon niet eerder heeft besneden. Na dit intermezzo gaan Mozes en Aäron samen verder op weg naar de farao. Bij de farao aangekomen worden ze weggehoond. Voor Mozes is de opdracht die hij moet uitvoeren alleen maar moeilijker geworden.
· In de tekst horen we dat Mozes opnieuw wordt geroepen. Opnieuw moet hij van de Here God onderweg naar de farao om hem te bevelen het volk Israël te laten gaan. Mozes en Aäron gaan op weg terwijl zij al 80 en 83 jaar oud zijn! Toen Mozes vluchtte was hij veertig jaar. Er zijn dus veertig jaar voorbij gegaan in de woestijn. Het is een lange bezinningstijd geworden, een tijd van inkeer tot zichzelf. Soms hebben we een tijd van bezinning en inkeer nodig en worden we hardhandig stil gezet in ons leven. Veertig jaar geleden was Mozes er naar zijn eigen gevoel klaar voor om het volk te redden, maar kreeg hij de kans niet van God, was hij te impulsief en te driftig. Nu, veertig jaar later, als Mozes een oude man is geworden, is de tijd wat God betreft rijp geworden om hem in zijn dienst te nemen! Waarom juist nu? Omdat deze oude man, met zijn tachtig jaar, het symbool is van menselijke kwetsbaarheid. Toen Mozes nog een jonge man was, wilde hij de farao op eigen kracht te lijf gaan, het volk Israël op eigen kracht verlossen, maar nu hij oud geworden is, heeft hij niet meer de menselijke kracht. Juist deze kwetsbaarheid en broosheid is voor God de gelegenheid om zijn macht te demonstreren. Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht! Niet de menselijke potentie, het menselijke vermogen, speelt een rol bij de redding van Israël, maar Gods genade en kracht!
· Dat God zijn kracht in zwakheid volbrengt blijkt vooral in de Here Jezus Christus. Hij gaat de onderste weg van lijden en sterven. Hij is het toonbeeld van menselijke gebrokenheid en kwetsbaarheid; maar juist zo redt God de wereld: door te lijden en te sterven aan het kruis!
· Voor Mozes is de opdracht om naar de farao te gaan te groot. Daarom de uitvlucht: ‘ik ben niet zo’n spreker’. Toch wil God hem nu juist zo hebben. Want God moet het niet hebben van de redeneerkunst van Mozes, zoals God het niet moet hebben van de menselijke kracht. God moet het hebben van de kracht van zijn Woord en zijn Geest! Gewapend met het Woord van God en verlicht door de Heilige Geest gaat Mozes uiteindelijk op pad naar de farao. Wanneer de Here Jezus Christus veel later wordt geroepen om zijn weg van het lijden en het sterven te gaan, ziet Hij er ook tegenop. In de Hof van Getsemané vraagt de Here Jezus Christus zelfs of de drinkbeker voorbij kan gaan! Maar toch gaat Jezus op weg, in het vertrouwen op God en gesterkt door de kracht van de Geest. Ook wij kennen problemen in ons leven, waar we het liefst voor zouden willen weglopen. Maar God roept ons niet vanwege onze kracht en onze redeneerkunst, maar Hij roept ons juist in onze weerloosheid en kwetsbaarheid. Juist in de momenten van gebrokenheid kan Hij tot ons spreken en kunnen we een instrument zijn in zijn hand.
· Zo gaat Mozes op weg naar de farao. Dan volgen de tekenen en wonderen voor het oog van de farao. Hij lijkt eerst niet onder de indruk, zijn tovenaars kunnen hetzelfde trucje. Toch blijkt in deze tekenen dat God machtiger is! De slangen van de tovenaars worden verslonden. Het zijn machtige tekenen, maar zelfs deze machtige tekenen kunnen het hart van de farao niet breken. Het wordt nog een hele strijd, want het woord van Mozes lijkt niet te landen in het hart van de farao. Toch zal blijken dat het woord van God en de Heilige Geest uiteindelijk zullen overwinnen!
· Niet in onze kracht mogen we de taak die God ons geeft aangaan, maar in de kracht van God. Met zijn belofte zullen we zeker overwinnen!
Reageren?
Ds. J. W. (Johan) Sparreboom, Zwanenkade 51, 2925 AN, Krimpen aan den IJssel,0180 – 55 33 01, jwsparreboom@hetnet.nl
Welkom in wijkgemeente De Rank, Albert Schweitzerlaan 8 te Krimpen aan den IJssel.
Diensten: iedere zondag om 10. 00 uur en om 18. 30 uur