Samenvatting preek De Rank, Krimpen aan den IJssel, 12 november 2006,18.30 uur Bijbelgedeelten: 2 Koningen 2: 19-25 (kerntekst vs. 23-25) en Lukas 23: 33-47
1. Hoe ga je om met zo'n moeilijk bijbelgedeelte als dit?
1.1 Een moeilijk gedeelte zoals dit kun je negeren, je leest er snel overheen, denkt er niet over na. Maar het kan je wel bezighouden, of een ander kan aanvallen op je geloof met dit bijbelfragment. Dus negeren is geen goed idee.
1.2 Je kunt ook proberen het onschadelijk te maken: je kunt zeggen, dat het niet echt gebeurd is, alleen symbolisch betekenis heeft. Alleen blijft de vraag: welke dan? Bovendien: het wordt wél als historie verteld. Ook kun je zeggen: 'Het was toeval, dat die berinnen kwamen. Mensen hebben dat als een oordeel van God geïnterpreteerd.' Maar dan zeg je eigenlijk dat we over God niets weten, dat de Bijbel een boek met menselijke meningen over God is. Wie eenmaal de kracht van Gods Woord heeft ervaren, zal zoiets nooit meer kunnen zeggen.
1.3 Je kunt ook opstandig worden en tegen de hemel je vuist ballen. 'Hoe kunt U zo barbaars zijn?!' Dat is misschien wel eerlijk, maar wie ben je eigenlijk als mensje? Je zet je af tegen de God die je juist zo nodig hebt!
1.4 Je kunt ook eerbiedig eerlijke vragen stellen. Je mág God je vragen voorleggen, biddend en eerbiedig. Bijvoorbeeld: hoe kan dit gebeuren, terwijl Elisa verder juist zoveel zegen en heil verspreidt (bijv. vers 19-22)? En hoe is dit verhaal te rijmen met de uitnodiging van Jezus: 'Laat de kinderen tot Mij komen!' (Markus 10: 14)? Je mag de HERE vragen wat Hij ons wil Ieren met dit gedeelte. Zo willen we het lezen.
2. Wat gebeurt er precies in Bethel?
* Op het eerste gezicht zijn er kleine kinderen die een oude man plagen. In plaats van met humor te reageren, gromt hij een vervloeking, waarop 42 kinderen worden gedood. Maar klopt dit beeld wel?
* Bethel was een centrum van afgoderij. Koning Jerobeam had er een gouden kalf laten maken, zogenaamd voor de HERE, maar in feite werd God door dat beeld diep gekrenkt (1 Koningen 12: 28-29, vergelijk Exodus 20: 4,5 en Exodus 32). In Bethel (letterlijk: 'Huis van God') heerst een sfeer van spot met God...
* De vertaling 'kinderen' suggereert kinderen van een jaar of 7,8. Uit een woordstudie blijkt dat het gaat om jongeren, de opgeschoten jeugd van Bethel. Dit maakt het niet minder erg, maar wel anders.
* Elisa wordt uitgescholden met: 'Kaalkop, ga op! Kaalkop, ga omhoog!' ('Zet 'm op' is geen juiste vertaling). Dit is een duidelijke verwijzing (zelfde Hebreeuwse woord) naar de hemelvaart van Elia (zie vers 11). Terwijl Elia en Elisa samen voortliepen, werd Elia door vurige paarden en een vurige wagen opgehaald. Een heilig moment! Tijdens zijn hemelvaart viel Elia's mantel voor Elisa neer. God bevestigde van beiden dat zij Zijn dienaren waren. Nu wordt ermee gespot. 'Hé kale, vlieg maar op, net als Elia, naar die God van jullie! We motten jullie hier niet!'
* Elisa zelf wordt beledigd, maar zéker ook Elia, en vooral: Gods eer wordt gruwelijk aangetast. Daarom draait Elisa zich om en zegt: 'Jullie zijn vervloekt, in de naam van de HERE.' Daarop vindt het vreselijke bloedbad plaats... De berinnen (misschien hebben ze jongen en zijn daarom agressief?) doden 42 jongeren. Bethel is in diepe rouw gedompeld. Zou het de bevolking tot inkeer gebracht hebben? .
3. Wat wil de HERE ons Ieren door dit deel van Zijn Woord?
3.1 Weten wij eigenlijk wel wat eerbied is? In Oosterse landen bogen mensen als knipmessen voor hun koning maar wij in ons genivelleerde, democratische polderlandje? Weten wij wat diep ontzag voor God is, de 'vreze des Heren', geen angst, maar wel oprechte eerbied? Denk bijv. aan de bergen: schitterend, groots; majesteitelijk! Maar Zwitsers weten hoe gevaarlijk ze kunnen zijn. Wie spot met de bergen, spot met zijn leven. Dat geldt ook voor bijv. de zee, en de zon. En het geldt voor God: wie spot met God, spot met zijn leven. We Ieren onze kinderen en jongeren respect voor de zon en de zee, maar Ieren we hen ook eerbied voor God? Of denken we dat het allemaal niet zo nauw komt? Met God speel je geen spelletjes! Zoals een ja-woord in de kerk, bij de doop Of bij je belijdenis, terwijl je alles vervolgens maar laat waaien. Of wanneer we God als sluitpost gebruiken: naar de kerk als we tijd en zin hebben, bidden en bijbellezen alleen als het ons uitkomt. Eerbied voor God blijkt bijv. ook uit onze kleding en onze gebedshouding. Leviticus 11: 45: 'Weest heilig, want Ik ben heilig', zegt God daar.
3.2 Beseffen we wel, dat wij van nature óók onder de vloek van God vallen? Hoe meer we nadenken over Gods heiligheid, hoe meer we schrikken van onze eigen ónheiligheid. De Bijbel is daar ook heel radicaal in: van nature staan wij 'bloot aan Gods toorn', zijn wij onderworpen aan Gods oordeel (Efeze 2: 3). Misschien denken we stiekem dat het Evangelie inhoudt dat we allemaal best hele lieve mensen zijn, en dat God 0 zo blij is met ons als brave burgers. We maken vaak van God een knuffelbeer, geschikt om ons te troosten en erbij gepakt te worden op de momenten dat het ons uitkomt. Maar een beer is geen knuffelbeer, blijkt wel in dit gedeelte... De Bijbel geeft aan dat het NIET meevalt met ons, integendeel: 'Wij allen hebben gezondigd en hebben de heerlijkehid van God verspeeld' (Romeinen 3: 23). Wij staan náást de jeugd van Bethel...
3.3 Iemand is gekomen om de vloek van ons af te nemen! Hoe groots en blinkend Gods heiligheid ook is, iets in Zijn hart reikt daar nóg weer bovenuit: Zijn liefde! Hoezeer wij Hem ook gekwetst hebben, tóch wil Hij ons in liefde aannemen. In Jezus Christus is Hij Zelf de wereld met Zich komen verzoenen. Jezus Zelf heeft de vloek op Zich genomen, die op ons rustte. Voor wie gelooft in Herp, is de lucht geklaard, en is er een open hemel. Wat een wonder! Maar daarvoor is Jezus wel levens-noodzakelijk! 'Van de vloek maakt Hij mij vrij, en Zijn sterven zaligt mij.' Dat is Gods grootste geschenk aan ons. Daarom mogen we in aanbidding onze Verlosser eren!
Om (samen?) over na te denken:
1. Welke van de vier houdingen onder punt 1 bent u geneigd in te nemen? Hoe zou dat komen?
2. Eerbied voor God, hoe kan die in het dagelijks leven tot uiting komen?
3. Na de preek zongen we Gezang 45: 1, 2 en 5. Wat doet dit lied met u?
René van Loon, predikant Hervormde wijkgemeente Schollevaar, Capelle aan den IJssel