Samenvatting preek
· Schriftlezingen: Micha 6: 1 – 8 en Lucas 1: 46 – 55 Thema: “Ik heb een appeltje te schillen….”
· Kerntekst: “De HEER heeft een geschil met zijn volk, hij klaagt Israël aan.”Micha 6: 2
· Het kan gebeuren dat we met iemand een appeltje te schillen hebben. Soms is de appel die we moeten schillen zo groot dat er een kort geding nodig is. In alle gevallen zijn de menselijke verhoudingen te zeer verstoord om nog op een goede manier te communiceren. Het is dan ook bijzonder ingrijpend wanneer mensen tegenover elkaar in de rechtszaal zitten.
· Het tekstgedeelte roept het beeld op van een rechtszaak. God heeft een appeltje te schillen met zijn volk! De Here God heeft een kort geding met zijn volk Israël aangespannen. De verhoudingen zijn verstoord. Er is geen open communicatie meer tussen God en zijn volk. Hoe herkenbaar is dat! Hoe vaak is de verhouding tussen ons en de Here God ook niet verstoord?! Aan het begin van het boek heeft Micha op een scherpe manier duidelijk gemaakt, waarin Israël de Here God heeft verlaten. Israël was niet volkomen toegewijd aan de Here God, maar heeft afgoden gediend. Verder heerst het onrecht in Israël: armen en hulpbehoevenden worden uitgebuit, vreemdelingen worden verjaagd. Er is dus alle reden dat de Here God zijn volk in een kort geding daagt.
· Wanneer de Here God zijn volk heeft gedaagd, en de bergen en de heuvels van Israël als getuigen worden opgeroepen, om de aanklacht van God tegen zijn volk te horen, gebeurt het onverwachte! In het geschil dat de Here God met zijn volk heeft, gaat Hij zelf door de knieën! Ongehoord is het zoals God zijn volk aanspreekt: ‘mijn volk, wat heb ik je misdaan?’ In deze aanspraak klinkt de liefde door van de Here God voor zijn volk. God vraagt dus aan zijn volk of het soms aan Hem ligt dat de relatie verkild is. Gods wonderen zijn overduidelijk! Zo roept God zijn volk op om te gedenken wat Hij heeft gedaan. God vraagt zijn volk of ze het toch niet vergeten zijn? Dezelfde vraag klinkt tot ons: zijn we soms vergeten wat God heeft gedaan in de geschiedenis.
· Hoe zal het volk Israël als de gedaagde partij nu reageren op deze emotionele klacht van Godswege? Het lijkt er in het vervolg op, dat dit ook inderdaad gebeurt! Het volk doet een schikkingsvoorstel: moeten we soms brandoffers geven, Hem gunstig stemmen met duizenden rammen, zelfs liters olie aanbieden, of onze eerstgeborenen offeren? Het volk lijkt er veel voor over te hebben om God gunstig te stemmen en in het reine te komen. Zo kunnen ook wij met God omgaan. We zijn bereid om God nog meer tevreden te stellen, nog wat meer ons best te doen, wat meer offers te brengen. Het mag ons best wat kosten als we weer in het reine komen met God! Maar: in de houding van Israël wordt duidelijk dat ze geen werkelijk berouw kennen. Het volk gaat niet werkelijk voor God door de knieën. Het volk wil zich niet werkelijk bekeren tot de levende God.
· Dan geeft de Here God nog eenmaal duidelijk aan, wat hij van het volk vraagt. In persoonlijke woorden klinkt het: Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God. Eerder sprak de Here God zijn volk aan, maar nu spreekt Hij de mens heel persoonlijk aan: ‘adam’, mens! Drie dingen vraagt de Here God van ieder mens. Allereerst om recht te doen. Rechtdoen heeft te maken met inzet voor en betrokkenheid bij de armen, minderbedeelden, hulpbehoevenden in het land. Vervolgens vraagt God om trouw te betrachten. Trouw aan elkaar, in welke relatie dan ook, ook wanneer je meer moet geven dan dat je van de ander krijgt. Trouw zijn heeft te maken met volharding en vasthoudendheid. En tenslotte vraag God van ieder mens om nederig de weg met Hem te gaan, dat wil zeggen: ootmoedig met God te wandelen. Dat heeft te maken met de verborgen omgang met God, met een stil leven met de Here.
· De drie dingen, die de Here God van ieder mens vraagt, is toch niet te veel gevraagd?! En toch schieten we erin tekort. Het lukt ons niet om werkelijk recht te doen aan alle mensen in de wereld, zodat honger en oorlogen uitgebannen zijn. Het lukt ons niet om trouw te blijven aan elkaar. Het lukt vaak ook niet om ootmoedig met God te wandelen. Daarom kwam de Here Jezus Christus. Hij is degene die als geen ander recht deed gedurende zijn levensweg. Hij kwam om recht te doen aan de armen en de verdrukten. De Here Jezus Christus is het toonbeeld van trouw. Hij is trouw tot aan het kruis, dwars door het lijden heen. Hij is trouw aan zijn opdracht en zending om te lijden en te sterven voor onze zonden. Jezus Christus is zelfs dwars door de dood heen, opdat wij door het geloof in Hem voor eeuwig mogen leven! Jezus Christus heeft levensland ootmoedig, nederig gewandeld met God.
· In het kort geding dat de Here God aanspant gaat Hij door de knieën en smeekt Hij zijn volk om naar Hem terug te keren. Wanneer we straks kerstfeest vieren, gedenken we dat de Here Jezus Christus in alle nederigheid kwam om zelf de kracht van Micha 6; 8 voor te leven en om ons te smeken onszelf aan Hem toe te vertrouwen!
Reageren?
Ds. J. W. (Johan) Sparreboom, Zwanenkade 51, 2925 AN, Krimpen aan den IJssel,0180 – 55 33 01, jwsparreboom@hetnet.nl
Welkom in wijkgemeente De Rank, Albert Schweitzerlaan 8 te Krimpen aan den IJssel.
Diensten: iedere zondag om 10. 00 uur en om 18. 30 uur