Samenvatting van de preek van zondagmorgen 5 oktober 2008

Schriftlezing: Matteus 5: 3 en Efeziërs 3: 14 – 21

Thema: Burgers van het koninkrijk zijn nederig van hart

(thema voor de catechese op 10 november en de Gemeente Groei Groepen op 11 december)

Kerntekst:"Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel." Mat. 5: 3

Samenvatting

Een inwoner van een ander land of een andere streek kun je soms herkennen aan uiterlijke kenmerken. We herkennen iemand aan de huidskleur, kleding of spraak. Er zijn ook subtiele cultuurverschillen: iemand die uit het oosten of noorden van Nederland komt heeft een andere cultuur dan iemand die geboren en getogen is in de Randstad. Maar hoe herken je nu iemand die een burger van het koninkrijk van de hemel is geworden? Kunnen we dan ook spreken van kledingvoorschriften of van gedragsuitingen, die typisch zijn voor mensen die Jezus willen volgen?

Jezus laat ons in de bergrede – de grondwet van Gods Koninkrijk – zien, dat de symptomen of kenmerken van het Koninkrijk niet vallen af te lezen aan uiterlijkheden of een subcultuur. Burgers van Gods Koninkrijk vallen op door hun innerlijke houding. Jezus spreekt over nederigheid, maar wat is dat eigenlijk? Nederigheid kan een valkuil worden, wanneer we denken aan opgeklopte nederigheid. Dat is dubbele hoogmoed. Een andere valkuil is dat we onszelf altijd wegcijferen en denken niets te kunnen.

Voor de woorden ‘nederig van hart’ staat in andere vertalingen het woord ‘arm van geest’. Ook dat kan een verkeerde suggestie wekken dat het gaat om mensen met een verstandelijke beperking of om het uitschakelen van het verstand. De woorden ‘arm van geest’ roepen het beeld op van een bedelaar. Een bedelaar is iemand die aan de rand van de samenleving staat, zijn hand ophoudt, wachtend op de gunst van voorbijgangers. Dat is geen beeld om jaloers op te worden. Niemand wil graag een bedelaar zijn, afhankelijk zijn van een ander, de hand ophouden bij de ander, van ‘de steun leven’ of een bijdrage van de diaconie krijgen! We herkennen de weerstand om voor God als een bedelaar te zijn. Wij zijn als mensen geneigd om voor onszelf te zorgen, iets voor God te presteren. Maar het brengt ons niet dichter bij het Koninkrijk van de hemel. Het Koninkrijk van de hemel is geen beloning voor wie goed zijn best doet. Wat de Here God verlangt om zijn Koninkrijk te kunnen ontvangen is om met de nederigheid van een bedelaar bij Hem te komen.

Pas wie zo bij God komt, kan worden gevuld. Paulus zegt tegen de Efeziërs dat hij zijn knieën buigt voor God de Vader. Daarmee laat hij zien dat hij naar God toe een bedelaar is, die zich klein maakt. In deze houding van afhankelijkheid tot God vraagt hij erom dat Christus door het geloof kan komen wonen in zijn eigen hart en in de harten van de gemeenteleden in Efeze. Pas wanneer ons hart, onze ziel, leeg is van onszelf, kan Christus er in komen wonen. Wanneer Christus ons lege hart vult, komt er een onvoorstelbare liefde voor in de plaats. Liefde voor anderen en liefde voor God. In de lege plaats in ons hart woont Christus. Deze liefde van Christus gaat alle kennis te boven. Om deze liefde te kunnen bevatten hebben we anderen nodig.

Wanneer we nederig van hart zijn en worden gevuld met de liefde van God in Christus Jezus, zullen we deze liefde ook naar anderen uitdelen en uitstralen. Dan zullen we vrede proberen te stichten waar haat heerst, geloof waar twijfel heerst, licht waar duisternis is.

Een burger van het Koninkrijk van de hemelen kunnen we dus herkennen aan de eigenschap van de nederigheid. Wanneer we onze trots en ons verzet opgeven en als een bedelaar willen zijn, zal God ons lege hart vullen met een oneindige liefde, omdat Christus het centrum van ons bestaan wordt.

Heer, maak mij een werktuig van Uw vrede// Laat me liefde brengen waar mensen elkaar haten// Laat me vergeving brengen waar beledigd werd. // Laat me verbinden waar strijd is, // Laat me waarheid brengen waar getwijfeld wordt, // Laat me licht brengen waar duisternis heerst, // Laat me vreugde brengen waar droefheid is. // En moge ik bij dit alles zoeken, niet zozeer getroost te worden, dan wel te troosten, // Niet zozeer begrepen te worden, maar te begrijpen, // Niet zozeer geliefde te worden, dan wel lief te hebben. // Want het is door te geven, dat men krijgt, // Door zichzelf te verliezen dat men vindt, // Door te vergeven dat men vergeving bekomt // En door te sterven dat men verrijst // Tot eeuwig leven.// Amen (Gebed van Franciscus van Assisi)

Reageren: Ds. J. W. (Johan) Sparreboom, De Vroedschap 26, 2922 VC Krimpen aan den IJssel,

0180 –553301, jwsparreboom@hetnet.nl

U bent van harte welkom in wijkgemeente De Rank, Albert Schweitzerlaan 8 te Krimpen aan den IJssel. Diensten: iedere zondag om 10. 00 uur en om 18. 30 uur Website: www.pknkrimpen.nl/rank; Hyve: http://derankkrimpen.hyves.nl