Samenvatting van de preek 23 november 2008
Schriftlezing: Psalm 27
Zingen: Psalm 42: 5 en 7; Psalm 62: 5; Gezang 441: 8 en 10; Psalm 27: 1, 2 en 7; Gezang 409: 3, 4
en 5; Gezang 221: 1 en 3; Gezang 14: 1,2,3,4 en 5
Thema: houd moed!
Kerntekst: `Wacht op de HEER, wees dapper en vastberaden, ja wacht op de HEER.` vers 14
Doel van de dienst is, om moed te putten uit de nabijheid van God in Jezus Christus.
Samenvatting van de preek
Er zijn nogal wat situaties waardoor we moedeloos kunnen raken: zorg, verdriet en gemis. Zowel persoonlijke problemen als wereldproblematiek. Wat geeft een mens in zo’n situatie moed? Er klinken nogal eens bemoedigende woorden, zoals ‘sterkte!’ of ‘kop op!’ en ‘houd vol!’ Goedbedoelde woorden die ook wel erg hol klinken. We zoeken toch altijd naar lichtpuntjes om het in de zorg en moeite van het leven vol te kunnen houden. Maar wat bemoedigt je nu werkelijk?! Dat is de kernvraag in deze dienst.
De psalmist spreekt anderen en daarmee zichzelf moed in: "wees dapper en vastberaden." Of: "wees sterk en heb een onversaagd hart." Dat zegt de psalmist niet in een rustige omgeving waarin hij achterover leunt. Hij weet zich aangevallen door vijanden. Het zijn ‘kwaadwilligen’ die de psalmist op zich af ziet komen. Met deze vijanden zullen concrete mensen zijn bedoeld die David naar het leven staan, al kunnen we niet achterhalen wat de historische achtergrond van de psalm is. Maar tegelijkertijd krijgen deze vijanden een symbolische trek: we mogen er dan ook wel kwade machten onder verstaan. In de psalmen worden de vijanden vaak in verband gebracht met ziekte, omdat een mens op zulke momenten het meest kwetsbaar en het meest weerloos is. Wij kunnen bij de vijanden die de psalmist belagen ook wel denken aan alles wat ons benauwt, waardoor ons de keel wordt dichtgeknepen, ook onze eigen angsten om te moeten lijden en sterven.
Maar wat is het nu precies voor dapperheid, waardoor de dichter moed kan putten. Letterlijk gaat het hier om een sterk hart. Kennelijk heeft de dichter zo’n sterk hart ontvangen, zodat hij kan zingen. Het is zelfs een hooggestemd lied geworden. Het klinkt bijna overmoedig, wanneer hij uitspreekt dat hij voor niets en niemand bang is, dat hij zelfs niet zal vrezen als er een leger tegen hem opstond! Wat geeft de psalmdichter in deze benarde situatie zoveel moed en vertrouwen? De dichter put zijn moed uit zijn verlangen naar de nabijheid van God. Hij verlangt ernaar om in de tempel te zijn en daar Gods liefde en trouw te proeven. Hij wil er wel altijd wonen, zo goed is het voor hem om in de tempel te zijn. Hij zoekt Gods aangezicht. In de tempel ervaart hij deze goedheid van God. Het is Gods geborgenheid wat de dichter ervaart in de tempel. Zoals de psalmist de nabijheid en de liefde en goedheid ervaart in de tempel, kunnen ook wij Gods liefde ervaren in de gemeente van Jezus Christus. In de gemeenschap met anderen die ook zoeken naar Gods aangezicht kunnen we nieuwe moed ontvangen. Ook wij mogen Gods aangezicht zoeken. Dat kunnen we doen in de stilte. Maar we vinden Gods aangezicht vooral in de Here Jezus Christus. In deze geborgenheid ervaart de dichter ook dat hij boven alle strijdgewoel wordt uitgetild. God plaatst hem op een rots: vanuit de hoogte kijkt hij op zijn vijanden en op de strijd neer. Zo kunnen ook wij worden uitgetild boven onze strijd en gevoelens van verdriet. De psalmist ervaart Gods liefde vooral erin dat de Here hem aanneemt. Hij beseft dat allerlei mensen om hem heen wegvallen. Zelfs vader en moeder vallen weg, hetzij door de dood hetzij om andere redenen. Zelfs degenen die het dichtste bij een mens staan en een bloedband hebben, kunnen het laatste gedeelte van de levensweg van een mens niet meegaan.
Wanneer de psalmist zich dit alles te binnen brengt, grijpt hij moed en kan hij zingen van God, door wie hij niet hoeft te vrezen voor mensen of voor de omstandigheden die hem overkomen. Het sterke hart wat de psalmdichter zelf heeft ontvangen en anderen gunt, is dan ook geen overmoedig hart, dat over alle zorg en moeite heen walst. Een sterk hart, dapper en vastberaden, betekent dat we in het vertrouwen op God niet wankelen en heen en weer worden geslingerd. Ook wij mogen dapper en vastberaden verder gaan. Moedig onderweg door het leven gaan. Met een sterk hart, een hart dat zich richt op God, die het kwaad heeft overwonnen en in Jezus Christus onze redder wil zijn.
Reageren? Ds. J. W. (Johan) Sparreboom, De Vroedschap 26, 2922 VC Krimpen aan den IJssel, 0180 –553301,
jwsparreboom@hetnet.nl U bent van harte welkom in wijkgemeente De Rank, Albert Schweitzerlaan 8 te Krimpen aan den IJssel. Diensten: iedere zondag om 10. 00 uur en om 18. 30 uur Website: www.pknkrimpen.nl/rank/