· Schriftlezing: Exodus 16: 1 – 18 en Johannes 6: 30 – 35
· Kerntekst:”De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten regenen. De mensen moeten er dan elke dag op uitgaan om net zo veel te verzamelen als ze voor die dag nodig hebben. Daarmee stel ik hen op de proef: ik wil zien of ze zich aan mijn voorschriften houden.’” Exodus 16: 4
· Thema: over de snelweg naar het beloofd land?
· Ons land kent talloze snelwegen, omdat we graag zo snel mogelijk van A naar B willen reizen. Alle files, omleidingen en andere obstakels zijn daarin een hinderlijke factor, ze houden ons op en geven veel ergernis! Maar niet alleen in het alledaagse leven willen we het liefste zo snel mogelijk van de ene plek naar de andere reizen, maar ook in het geestelijke leven. Daarom is de vraag: is er zoiets als een snelweg naar het geluk? Wat is de snelste snelle route naar een paradijselijk luilekkerland?!
· Dat was ook voor het volk Israël waarschijnlijk de verwachting. Nog maar pasgeleden waren ze op wonderlijke wijze bevrijd uit de slavernij van Egypte. God heeft een pad door het water van de Rode Zee geschonken, waardoor Israël veilig kon trekken, terwijl de farao is verdronken in de vloed. Aan de oever van de Rode Zee hebben ze uitbundig gezongen! Nu het gevaar leek te zijn geweken is de stellige verwachting van het volk dat ze het beter zullen krijgen. Ze verwachten een snelweg door de woestijn. Ook wij verwachten wellicht na de overwinning van de satan en de duivelse machten op Pasen een leven zonder zorgen en problemen. Deze verwachting blijkt voor Israël niet uit te komen. Na de wonderlijke doortocht door de Rode Zee wacht de woestijn met alle gevaren en teleurstellingen van dien. Zoals er voor ons na Pasen weer een alledaags leven wacht, met alle dieptepunten en hobbels die erbij horen.
· De eerste tegenvaller voor het volk Israël is dat er alleen bitter water is in Mara. Ze beklagen zich daarover bij Mozes en de HERE God schenkt het volk door middel van een wonder zoet drinkwater. Bovendien mag het volk rusten bij de oase van Elim. Maar dan volgt de volgende tegenslag al heel snel. Het volk krijgt honger. Ze beklagen zich op een onredelijke manier bij Mozes. Het volk lijkt volkomen vergeten hoe de situatie in Egypte was, wanneer ze zeggen, dat de vleespotten daar tenminste gevuld waren en er brood in overvloed was. Het volk heeft geen realistisch beeld van ‘vroeger toen alles beter was’, verheerlijken de omstandigheden in de slavernij en trappen God daarmee op het hart. Het volk moppert nu het leven in de vrijheid niet betekent dat ze in Luilekkerland zijn aangekomen. Het gemopper van het volk Israël klinkt ons herkenbaar in de oren, omdat ook wij ondanks alle luxe die wij kennen, zo vaak mopperen dat we het niet goed genoeg hebben, dat we ontevreden zijn. En dat het vroeger beter was!
· Ondanks alle gemopper komt de HERE God het volk tegemoet door de beloften voor het volk te zullen zorgen. Op een wonderlijke manier zal de HERE God vlees en brood schenken. Daarbij geeft de HERE God uitdrukkelijk aan, dat het volk mag verzamelen van het brood uit de hemel voor één dag. Dat is voor het volk Israël een beproeving, of beter gezegd, een oefening. God oefent het volk zo om op Hem te vertrouwen. Iedere Israëliet mag voor zichzelf voldoende verzamelen om deze dag door te komen. Daarmee laat de HERE God zien, dat het volk werkelijk helemaal op Hem moet vertrouwen. De verleiding is groot om méér te verzamelen dan nodig is voor één dag. Dat gebeurt dan ook. Sommige volksgenoten graaien meer dan nodig is. Ze bewaren het manna voor de volgende dag; maar dan blijkt het bedorven te zijn. Het blijkt heel erg moeilijk te zijn om genoegen te nemen met datgene wat voor één dag wordt gegeven. Het volk moet in de woestijn leren om te vertrouwen op Gods zorg voor de dag. Ook voor ons valt het niet mee om voldoende te hebben aan datgene wat God ons op een dag schenkt. We zijn geneigd om meer te verzamelen dan we nodig hebben. Dat geldt voor allerlei alledaagse zaken, in onze consumptiemaatschappij. Maar het geldt ook voor het leven in de woestijn van het leven. We willen graag meer kracht, we willen weten hoe de toekomst eruit ziet, we willen zekerheden inbouwen en vermogen opbouwen. Steeds opnieuw moeten we leren om te vertrouwen op wat God ons schenkt voor de dag van vandaag! Steeds opnieuw moeten we leren te vertrouwen op Gods zorg voor ons bestaan.
· In het Nieuwe Testament noemt de Here Jezus Christus zichzelf het brood dat uit de hemel neerdaalt. Nadat Jezus brood op wonderlijke wijze heeft vermenigvuldigd en heeft uitgedeeld, zegt Hij van zichzelf dat Hij zelf het brood is om eeuwig te kunnen leven. Dat betekent dat Hij voldoende is om van te leven. Meer dan de Here Jezus Christus hebben we ook niet nodig in ons leven en in ons sterven. Ook wij moeten steeds opnieuw leren om met Hem alleen te wagen! Wie bij Hem komt, in Hem gelooft, het met Hem waagt in leven en sterven, zal in eeuwigheid geen honger meer hebben. Teken daarvan is het Avondmaal, kracht voor onderweg.
· Er bestaat geen snelweg naar het geluk, een snelle route naar een paradijselijke situatie. Ons bestaan wordt gekenmerkt door de woestenij. Maar in deze woestijn van het leven kunnen we wel vertrouwen op Gods zorg. Uiteindelijk hebben we voldoende aan één Naam, de Naam van de Here Jezus Christus, die ons voedsel wil zijn!
Reageren?
Ds. J. W. (Johan) Sparreboom, Zwanenkade 51, 2925 AN, Krimpen aan den IJssel,0180 – 55 33 01, jwsparreboom@hetnet.nl
Welkom in wijkgemeente De Rank, Albert Schweitzerlaan 8 te Krimpen aan den IJssel.
Diensten: iedere zondag om 10. 00 uur en om 18. 30 uur