· Schriftlezing: Exodus 1: 15 en 16 & Exodus 2: 1 – 10
· Kerntekst: “Door hun geloof konden Mozes’ ouders hem na zijn geboorte drie maanden verborgen houden. Ze vonden hun kind erg mooi en waren niet bang voor het bevel van de koning.” Hebreeën 11: 23
· Thema: Wat een mooi kind!
· Wanneer we bij de doopouders over de rand van de wieg of de box kijken, raken we vertederd door de prachtige aanblik van een prachtige dochter of zoon!
· Zo is er ook in het geval van de tekst sprake van een gezinnetje. Er is een Levitische man en een Levitische vrouw, die samen trouwen en een kind krijgen. Het blijkt hun tweede kind te zijn, want even verderop is er sprake van een dochter die al eerder geboren was. Er is sprake van een donkere achtergrond. De farao van Egypte is bang geworden voor de groei van het volk Israël heeft daarom maatregelen genomen waardoor het volk zal krimpen. Hij heeft opdracht gegeven alle jongens te laten doden door ze in de rivier de Nijl te laten werpen. Door de jongetjes te laten doden was de farao ervan verzekerd dat er geen legermacht tegen hem zou kunnen opstaan. Het was dus een satanisch plan, wat de farao ten uitvoer brengt. Het is de situatie zoals deze de eeuwen door heeft bestaan: een dictator die vreest voor invloed en daarom dood en verderf zaait. Zoals we later in het Nieuwe Testament horen van Herodes die opdracht heeft tot een kindermoord. De vraag rijst waar God ingrijpt. Hoe zien we dat? Er valt weinig van te zien. Onderdrukking, onrecht gaat gewoon door. Ook in ons persoonlijk leven is er soms maar weinig van God te ervaren.
· Toch grijpt God in. Al is het in het klein. Later horen we van grote wonderen in het boek Exodus, maar in beginsel is er nog maar weinig te ontdekken van Gods ingrijpen. Zo gaat het ook later in het Nieuwe Testament, wanneer de Here Jezus Christus wordt geboren; ook daar begint God in een donkere wereldtijd in het klein met iets nieuws. Zo geldt het ook in deze geschiedenis. We lezen slechts van een man en een vrouw, die een kind krijgen en er dan voor kiezen om tegen de verdrukking in dit kind te verbergen. Wanneer ze naar het kind kijken, zien ze dat het mooi is. Letterlijk: het was ‘goed’, ‘TOV’, geschikt voor zijn bestemming, niet bedoeld voor de ondergang. Omdat dit kind een bestemming heeft, verbergen ze het. Ze leggen zich niet neer bij de omstandigheden, zitten niet bij de pakken neer. Hier is moed en geloof voor nodig. Daarom spreekt de Hebreeënbrief over het geloof van deze beide ouders (hoewel in Exodus vooral over de moeder wordt gesproken). Zo is er geloof en moed voor nodig om in deze tijd een kind christelijk op te voeden. Wanneer je naar het kind kijkt, zie je dat het ‘mooi’ is, in de betekenis dat het bestemd is om te gaan leven in de eeuwige relatie met God. Om een kind mee te nemen naar de kerk, om zelf kleur te bekennen en geloofsbelijdenis te doen. In het gezin van Exodus begint God iets groots. Ze verbergen hun kind, leggen het na enkele maanden in een mandje en vertrouwen het toe aan het water. Het kind wordt in een arkje gelegd, zoals eens Noach en zijn familieleden in de ark gingen om door het dreigende water van de zondvloed te worden heengedragen.
· Het jongetje wordt in het water gelegd. Het water van de Nijl is een levensbron voor Egypte, maar een doodsrivier voor Israël. Het kind wordt uit het water getrokken, het arkje blijkt een ark van behoud, het kind wordt teruggeplaatst bij zijn moeder, die hem opvoedt. Tot de tijd dat het kind naar de basisschool gaat, mag de moeder van het kind voor hem zorgen. Wat een humor in de bijbel: de farao wordt om de tuin geleid! Bij zjin moeder groeit het kind op totdat het de basisschoolleeftijd heeft bereikt. In deze periode ontvangt het kind de basic trust, het vertrouwen in God en mensen dat later een grote rol in zijn leven speelt. Daarna wordt het kind bij de dochter van de farao gebracht. Nu pas ontvangt het kind zijn naam: Mozes wordt het kind genoemd. Uit het water getrokken. Onttrokken aan de macht van de dood. Behouden door het water heen.
· Voor de doop geldt hetzelfde: in de doop worden ze onttrokken aan de macht van de dood. Dat wil de doop zeggen: God trekt dit kind uit de macht van de zonde en de dood. Door de Here Jezus Christus. Het water van de doop is een teken van de doodsrivier waarin het zondige, het verkeerde, onze oude mens moet sterven. Jezus Christus trekt dit kind vervolgens uit het water. Zoals Mozes gered werd van de doodsrivier door het arkje,zo worden wij door het geloof in de Here Jezus Christus gered van de macht van zonde en dood.
· Mozes groeit verder op aan het Egyptische hof. Hij wordt een adoptiekind, groeit op in een totaal andere cultuur. Hoe het verder zal gaan horen we in het vervolg. Het kleine begin wordt in de loop van de tijd groter. Gods reddingswerk zet in bij een gewoon gezin, tegen een inktzwarte achtergrond, waarbij het lijkt alsof God er niet is. Door het geloof van deze mensen trekt God zijn plan met het volk Israel en de wereld. Zo werkt God altijd, zoals we in de Here Jezus Christus duidelijk zien. Zo werkt God ook in ons bestaan. De Heer heeft mij gezien en onverwacht ben ik opnieuw geboren en getogen.