• Start
  • Nieuws
  • Impressie van de gezamenlijke gemeente avond

Openingswoord gemeente avond

Hier treft u de openingswoorden aan, zoals op de gezamenlijke gemeenteavond van 14 januari jl. uitgesproken door Dr. G. den Hartogh:

Lieve mensen! Broeders en zusters in onze Heer, Jezus Christus!

Om te beginnen wil ik u allemaal van harte welkom heten in dit kerkgebouw. Fijn, dat u de moeite genomen heeft om ondanks de grillige weersomstandigheden toch hierheen te komen.

 

En fijn ook, dat er vanavond niemand van de Ark is.

Fijn dat er niemand van de Rank is.

Fijn dat er niemand van de IJsseldijkkerk is.

Fijn dat er niemand van de Wingerd is en fijn dat er niemand van de HWBA is.

Omdat we hier vanavond niet zijn als leden of vertegenwoordigers van welke wijkgemeente dan ook maar omdat we onszelf verbonden weten als gelovigen in Christus. Christenen dus. Niet minder en niet anders dan dát!

En als we ons dat realiseren, kunnen we zaken ook in perspectief zien. Hetgeen concreet betekent dat we ons in de eerste plaats onderdeel weten van de Protestantse Kerk in Nederland, een kerkgenootschap dat volgens de laatste schattingen zo’n 1,7 miljoen leden telt. Als we bovendien weten dat er wereldwijd ongeveer 2,2 miljard christenen zijn betekent dit dat de protestantse gemeente van Krimpen met haar 3281 leden nog geen 0,2% van het landelijk totaal vormt, - om nog maar te zwijgen van het nul komma vijftienhonderdduizendste procent dat ze vormt van het wereldtotaal.

Waarom deze getallen? Enerzijds omdat u vanavond nog meer getallen zult horen, anderzijds omdat we ons mogen realiseren dat we deel uitmaken van een wereldwijde gemeenschap die oneindig veel verder reikt dan de grenzen van Krimpen aan den IJssel. Een gemeenschap die sinds Pinksteren en de uitstorting van de Heilige Geest überhaupt alle menselijke grenzen doorbroken heeft. Een gemeenschap die in veel opzichten groeit en bloeit en waar we dankbaar voor mogen zijn! Met andere woorden: we zijn geen lid van een krimpende en vergrijzende, maar van een wereldwijd groeiende en zich steeds verjongende gemeenschap van gelovigen die de naam van Jezus Christus belijden!

Tegelijkertijd een gemeenschap die een taak heeft in deze wereld. Een wereld waarvan de apostel Paulus bijna 2000 jaar geleden al zei dat ze zuchtte en in al haar delen in barensnood is. En de gebeurtenissen waarvan we de afgelopen jaren, maanden, weken en dagen tegen wil en dank getuige van zijn geweest bewijzen dat helaas maar al te duidelijk.

De vraag die velen van ons zich stellen is, hoe we vandaag de dag niet alleen vanuit ons mens-zijn maar ook en vooral vanuit ons christen-zijn op al deze gebeurtenissen moeten reageren. Hoe we als gelovigen en als gemeente met al de rampspoed die ons via de nieuwsberichten bereikt, om moeten gaan. Het is mede met het oog daarop én om de gemeentevergadering van vanavond in een breder kader te plaatsen, dat ik vanavond samen met u een gedeelte uit het Johannes evangelie heb gelezen. Een passage uit het zogeheten hogepriesterlijk gebed waarin Jezus zelf aan het woord is. Wat mij bij deze woorden steeds weer opvalt is het belang dat onze Heer blijkbaar zelf hecht aan de eenheid binnen de gemeente. Waarbij Hijzelf trouwens degene is die het goede voorbeeld geeft als we letten op de samenstelling van zijn groepje leerlingen; want hoe klein deze groep ook was, grotere tegenstellingen dan die tussen de individuele discipelen zijn nauwelijks denkbaar. En het is dan ook een bijzondere gedachte onszelf te realiseren dat niemand minder dan Jezus zelf degene is die voorgaat in de voorbede. Dat het Jezus zelf is die bidt, of wij, zijn gemeente één mogen zijn!

Die eenheid is om tenminste vier redenen noodzakelijk. Ten eerste de reden die Jezus zelf ook noemt, namelijk omdat Hij en de Vader en daarmee God één is: de gemeente is als het goed is immers een weerspiegeling van God zelf! Ten tweede omdat we, zoals Hij het formuleert, ‘in de wereld verdrukking lijden’ en het belangrijk is dat we naar buiten toe als het ware één front vormen. Met andere woorden: we kunnen ons de luxe van de verdeeldheid niet permitteren. Ten derde is het simpelweg zo dat eenheid zowel naar binnen als naar buiten een versterkend effect heeft. En de laatste reden is simpel deze, dat we in meerdere opzichten weinig tijd hebben.

Ten slotte: dat Jezus tot zijn hemelse Vader bidt en Hem met zoveel woorden vraagt of Hij de eenheid wil bewerken, is een duidelijke aanwijzing dat wij, mensen, niet degenen zijn die dat vanuit eigen kracht kunnen. Het is nu eenmaal een menselijk gegeven dat velen geneigd zijn de nadruk eerder op de verschillen dan op de overeenkomsten te leggen.

Maar tegelijkertijd wijst onze Heer de weg om die valkuil te vermijden en daarmee als gemeente, collectief boven alle mogelijke verschillen uit te stijgen door ons open te stellen voor zijn Geest en de liefde van God die daarmee onlosmakelijk verbonden is.

En het is om die liefde dat we samen willen vragen in het lied dat we nu samen willen gaan zingen en feitelijk niet minder is dan een gebed om de eenheid die ons in staat stelt de hele wereld aan te kunnen!

‘Liefde Gods die elk beminnen hemelhoog te boven gaat / kom in onze harten binnen met uw milde overdaad…’

Ik wens u allen een heel goede en bovenal gezegende avond!